Incompany Introductiecursus Infant Mental Health

475,00

Het doel van deze introductiecursus is om professionals die werken met gezinnen met jonge kinderen kennis te laten maken met de basisprincipes van Infant Mental Health en hoe je dit gedachtegoed kan toepassen in de (klinische) praktijk. De introductiecursus streeft erna dat je intern dezelfde taal gaat spreken, zodat je met elkaar op een eenduidige manier kan handelen.

Didactische visie:

IMH Nederland gelooft erin dat een competente professional, gezinnen weer in hun kracht kan zetten. Dat is waarom IMH Nederland investeert in kennisoverdracht en deskundigheidsbevordering. Uitgangspunt hierbij is dat de theorie gebaseerd is op de laatste inzichten van het vakgebied en dat het didactisch klimaat voor professionals inspirerend, uitnodigend en veilig is. Reflectie op eigen handelen, nadenken over innovatie en samenwerking in de keten zijn voor IMH Nederland belangrijke kernwaarden die terugkomen in het scholingsaanbod.

Onze visie op onderwijs gaat daarbij uit van de individuele behoefte en intrinsieke motivatie van de cursist. Er wordt gezorgd voor een opleidingsklimaat waarbij de cursist kan kijken wat er bij hem of haar past. IMH Nederland faciliteert de cursist, zet zich in voor kruisbestuiving tussen sectoren en draagt zorg voor een divers aanbod, zodat er steeds een vorm is die past bij de leervraag van de cursist. Op die manier kan de cursist waar nodig versnellen, vertragen, verbreden of verdiepen. Deze wijze van onderwijs op maat vraagt gedrevenheid van de cursisten en draagt bij aan een werkveld met vaardige Infant Mental Health deskundigen met kennis van jonge kinderen en hun ouders.

IMH Nederland stuurt op 4 elementen:

  1. een goede docent-cursist relatie
  2. onderzoeksgebaseerde onderwijstechnieken
  3. een positief, respectvol (online) groepsklimaat
  4. kennis en vaardigheden zijn praktisch toepasbaar en van toegevoegde waarde voor het gezinssysteem

Didactische randvoorwaarden:

– Per module wordt gewerkt met een vaste set aan docenten om het leren van de cursisten beter te kunnen volgen en begeleiden. De introductiecursus wordt met één docent gegeven, maar IMH Nederland geeft het advies om dit met twee docenten te doen. Zo kan één docent maximaal 9 cursisten in het leertraject begeleiden.
– De expertise van gastdocenten wordt binnen het leerplatform benut. Gastdocenten krijgen een plek binnen de online colleges.
– Het leerproces van de cursist wordt centraal gesteld. Indien er wordt gekozen voor 2 docenten, wordt vanaf dag 1 een cursist gekoppeld aan een mentordocent. Deze mentordocent is bereikbaar voor vragen of voor het bespreken van belemmeringen bij het leren. De mentordocent geeft de feedback in de werkvormen. Zo zijn de mentordocenten ondersteunend en actief betrokken bij het leerproces.
– Bij incompany modules is voorafgaand met de werksetting afgestemd hoe de ontwikkeling in de praktijk wordt gemonitord en hoe de kennis vanuit de introductiecursus een plek krijgt binnen de werkplek. Kruisbestuiving van collega’s die IMH-consulent of IMH-specialist zijn, is van belang. Een werksetting waarbij er naast de online leeromgeving ruimte is voor casuistiekbespreking of intervisie wordt daarbij aanbevolen.

Doelen:

In termen van kennis: 

  1. Cursist kent na afloop diverse theorieën en modellen die veel worden gebruikt in de Infant Mental Health en weet deze toe te passen in de diagnostiek, begeleiding en/of behandeling.
  2. Het betreft o.m.: Verbinding IMH-visie (M. Rexwinkel), Theorie Weatherston, Cirkel Zero to Three, Ecologisch model Bronfenbrenner, Transactioneel Model (A. Sameroff), Ecologisch model (J. Belsky), Ghost and Angels (S. Fraiberg), Adverse Childhood Experiences, Port of Entry & Motherhood Constellation (D. Stern), Piramide van Greenspan, Cirkels van Veiligheid, Regulatiemodel (Beebe & Lachman), Window of Tolerance
  3. Cursist geeft na afloop blijk van een gezinsgerichte of systemische visie. Dit betekent dat een cursist bij een hulpvraag van een gezin meerdere perspectieven (of ports of entry) kan innemen en hier rekening mee houdt; zowel van de (ongeboren) baby of peuter, gezinsleden en netwerk als van betrokken hulpverleners.

In termen van vaardigheid: 

  1. Cursist kan na afloop de basishouding vanuit de Infant Mental Health innemen; o.a. affectief afstemmen op de zorgen van ouders, weet een “not knowing stance” in te nemen, en is terughoudend met adviezen, betrekt de baby/peuter, verplaatst zich in de baby én ouders en kan verbanden leggen met ontwikkelingsgeschiedenis van ouders.
  2. Cursist kan na afloop ouders uitleg geven en/ of besteedt aandacht aan de belangrijkste elementen uit de Infant Mental Health in contact met gezinnen met jonge kinderen. Zoals mentaliseren, de competente baby, individuele verschillen als het gaat om temperament, sensorische gevoeligheid, cultuur, trauma en een netwerk aan steunende relaties die de groei en ontwikkeling van het kind bevorderen en veerkracht bevorderen.
  3. Cursist kan na afloop een samenhang beschrijven van ontwikkeling van klachtgedrag binnen een gezin met jonge kinderen en weet daarin verschillende risicofactoren en beschermende factoren te herkennen.
  4. Cursist kan na afloop een aanzet maken tot een interventieplan en weet daarbij ouders en indien nodig andere professionals te betrekken.
  5. Cursist kan na afloop een eerste indruk formuleren over de ouder-kind relatie op basis van observatie en gesprek.
  6. Cursist kan na afloop op beginnend niveau schadelijk gedrag herkennen tussen ouder en kind.
voorbeeld

voorbeeld